Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
Posts tonen met het label Vlaamse pot. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vlaamse pot. Alle posts tonen

10 januari 2018

Broodpudding

Zelf heb ik een soort systeem gaande waarbij de vers gekochte broden zo snel mogelijk de diepvries ingaan. De sneetjes die (de volgende dag) gegeten gaan worden, haal ik op tijd eruit zodat ze kunnen ontdooien op kamertemperatuur. Tada: zo goed als vers brood, zo goed als altijd wanneer je wil. En zo lukt mij dat individueel ook wel. Maar met drie 'nieuwe' huisgenoten loopt dit systeem nogal eens spaak. En dan liggen sneetjes brood oud te worden in de trommel. En oud brood; dat eet ik niet. Maar weggooien gaat mij ook te ver. En de eendjes voeren, is ook niet verantwoord, want daar schijnen de ratten vooral op af te komen. Dus doe ik tegenwoordig de restjes oud brood (en de eerder afgesneden broodkorsten) alvast in blokjes gesneden in een zakje in de diepvries. Klaar voor het maken van broodpudding:

Met weinig suiker erin durf ik dat best aan mijn zoon S. (1,5) voor te schotelen. Want verder is het alleen volkorenbrood, melk, eieren en rozijnen. Ik heb vroeger, tijdens mijn Gentse dagen, wel vaker broodpudding gemaakt. Maar ik gebruik dit keer een ander recept:

Recept
Warm 5 (of 6)dl melk met 80g basterd-of palmsuiker op tot de suiker opgelost en de melk lauw is. Niet te lang verwarmen (want basterdsuiker reageert anders dan kristalsuiker). Snijd ondertussen 300g oud brood (met korstjes en al) in blokjes. Doe het brood in een grote kom en voeg de gesuikerde melk toe. Laat dit een uurtje weken en roer het af en toe door, tot een dikke brij ontstaat. Gebruik zo nodig een pureestamper. Voeg 50g rozijnen, een ½tl kaneelpoeder en 4 losgeklopte eieren toe en roer alles goed door elkaar.
Bekleed de bodem van een bakvorm met bakpapier en vet de vorm in. Vul de vorm met het broodbeslag en bak de broodpudding 45 minuten in een voorverwarmde oven van 180°C. Dek eventueel de bovenkant tijdens het bakken af met aluminiumfolie oid. Laten afkoelen en ontvormen.

(update 25.04.2020) Kapjes brood uit de diepvries kwamen in totaal op 200g, dus recept bovenstaand gehalveerd. Aan het deeg heb ik nog 2el honing en 1 (bruine, overrijpe) geprakte banaan toegevoegd. 
Góed idee!

Aangezien bovengenoemd systeem spaak is gelopen en er op een ochtend geen 'vers' brood voorhanden is, schotel is zoon S. dus broodpudding voor. Ook keurig in hapklare brokjes voorgesneden. Hij verórbert ze. En zegt: "meer". Voor mijn gevoel ben ik goed bezig, want dit is zo goed als volkorenbrood. Hoewel het natuurlijk wel verdacht is dat S. in minder dan tien minuten in totaal twee dikke plakken broodpudding opeet. "Ach voor een keertje". "Weggooien is ook zonde".

09 februari 2015

Gentse Waterzooi

Nou heb ik toch drie-en-een-half jaar in Gent gewoond (met veel, héél veel plezier) en volgens mij heb ik er in die tijd echt geen Waterzooi gegeten. De remigratie was in 2008 en dat is alweer een tijdje geleden. En omdat mijn geheugen nou niet bekend staat om zijn uitstekende werkzaamheid, kàn ik me vergissen. Maar anders zou ik zweren dat ik nog nooit Gentse waterzooi heb gegeten. Nu denk ik: "waar slaat dat eigenlijk op? dat kan toch niet" en dus ga ik het maar eens zelf maken. Met het recept uit De Keuken van Ons Moeder.

Feitelijk is waterzooi: kip in groenteroomsaus. De naam is afgeleid van 'zode', 'zieden': kooksel. Het begint met een zelfgemaakte bouillon. Ik hak daarvoor een hele (biologische) kip in grove stukken. Want dat is hoe ik met dat bijltje hak. De kip wordt in een weinig olie aangebraden in een ruime (soep)pan. Daar gaan grof gesneden uien, bleekselderij, wortelen, preigroen, peper, zout en een kruidenbuil bij. En ik wijk van het recept af, door ook water toe te voegen ;) Gelukkig maar, want god wat is zelfgemaakte bouillon toch lekker! Je zou er spontaan ziek voor worden... Ondertussen bereid ik de mise-en-place voor de waterzooi:

In bruisende boter wordt de gesnipperde sjalot gefruit. Daar gaan het fijngesneden hart van een bleekselderijstronk (of is het een -bos?!), een kwart fijngesneden knolselder (wat rúikt dat lekker!!) en jonge wortel bij. De groenten dan net onder zetten met kippenbouillon en garen. Ondertussen het kippenvlees van de botten plukken (of hoe noem je dat?).
Het nat van de afgegoten groenten wordt met room doorgekookt. Dan (en dit is een nieuwe techniek voor mij) met behulp van losgeklopte eierdooiers tot een gebonden saus ingedikt. De saus wordt niet zo dik als met een roux (of maïzena), maar wel erg smeuïg. Smakelijk was 'ie al! Hoewel het volgens mij wel uitmaakt of je je eigen bouillon hebt lopen trekken, of dat je een blokje gebruikt.

Waterzooi wordt geserveerd als kip met "groentjes", gekookte krieltjes en een flinke schep saus. Groen gegarneerd met verse peterselie. Alleen heb ik de krieltjes lekker bruin gebakken in plaats van gekookt. En ik serveer mijn waterzooi met meer groenten en minder saus. Wat mij de opmerking "minder water meer zooi" oplevert. Ja, dat is zo. Nu je het zegt, inderdaad. Maar dan nog is dit héérlijke, troostende comfort food. M. zegt dat het gerecht recht doet aan de Engelse uitspraak "as peas and carrots", omdat het allemaal zo goed bij elkaar past (de erwten heb ik er 'pas comme il faut' bijgegooid). Het was een heel karwei om de waterzooi zoals het hoort te maken (je kunt deze uitspraak herkaderen door het te zien als 'een dagje kokkerellen') maar het heeft dan wel de uitstraling en de smaak van iets ongelooflijk fijn huiselijks.

23 september 2013

Mosselen!!

Omdat ik nieuwe ondermijnwerkkleding witte shirtjes nodig heb, sta ik 's maandagochtends voor 12u in de Hema. Die dan gelukkig al open is. En zo'n basisshirt (€4,50) blijkt daar even duur als 2kg verse mosselen. Die neem ik dan dus ook maar mee, want heb ik eigenlijk ooit al zelf de mosselklassieker klaargemaakt? Ik geloof het niet, nee. Het was toch iets met mosselen, soepgroenten en witte wijn in een pan stoven?! Eens kijken...

De keuken van ons moeder en De keuken van Nederland en België bieden houvast. Ik blijk nog verse peterselie, selderie en melk te moeten kopen. De mosselen gaan in een volle gootsteen fris water met flink melk (ik drink dat spul toch niet, dus het mag best op als 'wasmiddel'). De Hema blijkt de schelpen werkelijk keurig gekuisd te hebben; ik ontdek slechts een enkel baardje. In mijn megapan voor soep stoof ik de helft van een zakje mosselgroente (Hema €1: prei, peen en uienringen) in kruidenboter, waar ik dan gewassen mosselen, ruim peterselie en selderie, de rest van de groente en de resterende mosselen op stapel. Een halve fles witte wijn, het sap van een limoentje en een half chilipepertje met nog flink peper en wat grof zout erbij en de hele pan gaat 10 minuten op middelhoog vuur. Halverwege schud ik de boel om (dat is nog het moeilijkste van alles) en in geen tijd is mijn diner dan klaar. Dat was nauwelijks werk; sterker nog, je kan het bijna geen koken noemen.

Het eerste lege schelpenduo geldt als 'tang' om de andere mosselen uit hun schelp te scheppen.

Deze mosselen hebben helemaal geen mayo-achtig 'mosselsausje' nodig (tenzij voor meer (maag)vulling). Ik eet de hele berg in mijn eentje smakelijk op. Een heerlijk sappig, licht pittig maaltje. Prima afgekruid met de verschillende smaken van wijn, kruiden, chili en ui goed proefbaar. Én 'Dr.Mike approved'. Toppie! Enige nadeel is dat de mosselen zo snel afkoelen.

01 juni 2011

Volwassen kalfsblanket

Oh, ik wil iets heel bijzonders koken. Iets bijzonder smaakvols en vooral iets authentieks. Iets puurs. En dan is er eigenlijk maar één kookboek waar mijn gedachten naar uit gaan om zo een gerecht te vinden en dus blader ik door De keuken van ons moeder tot ik de grote winnaar heb gevonden: kalfsblanket. Jááá'!

Niet dat ik kalfsvlees kan vinden. Want ik werk. Veel te veel dagen. Dus ik heb helemaal geen tijd over om verantwoorde slagers af te struinen; ik moet het doen met de supermarkt. En omdat ze daar alleen volwassen kalveren in stukken verkopen, neem ik genoegen met biologisch Iers rundvlees. Dat klinkt immers ook sjiek. En dan volg ik het recept, soort van. Zo is mijn traditionele kruidentuil een samenraapsel van Italiaanse kruiden (omdat die nou eenmaal kant-en-klaar op de versafdeling te koop liggen).

De lekker dikke, gebonden saus is met extra wortelen, zout, peper, limoensap, maggi en wat witte basterdsuiker perfect op smaak. Om de vingers stevig bij af te likken. Licht zurig, prima romig en goed plakkerig in de mond. Het pit komt van vijftien kruidnagels (in de ui gestoken; nadien verwijderd), wat misschien een beetje veel is. Maar het kan nog. Heerlijk mals vlees met een volle smaak die ook fijn blijft hangen. Vreemd genoeg is de overmaat aan (gebakken) champignons helemaal niet overheersend. Vind ik. De tafelgenoot vindt van niet. Met wat sla erbij, heb ik verder helemaal geen rijst meer nodig. Geslaagd (en ik deed niet eens examen)!

08 februari 2010

De Keuken van Nederland en België

Ons cultureel erfgoed. Of nóg beter: ons culinaír erfgoed. Ik ben er naarstig naar op zoek. Wat zíjn eigenlijk onze nationale gerechten, en streekgerechten? Ja, hutspot, ja. Met klapstuk. Maar in België wordt ook een soort hutspot gegeten, hutsepot, en dan lijkt het toch logischer dat de naam 'hutspot' is afgeleid van deze hutsen met de pot. En hutspot? Die aardappelen hebben we hier nog niet eens zo lang hoor, dus dat zal wel niet. Hachee dan? Ik denk niet dat zoveel mensen zoveel vlees voorhanden hadden (want duur) en heeft ook niet elk land een nationale trots in de vorm van een gestoofd vleesgerecht in saus?
Ik heb het plan opgevat dat, laten we zeggen, het komend jaar mijn culinaire horizonsverbreding meest gaat bestaan uit de verdere ontdekking van de vaderlandse keuken. En dan bedoel ik gemaks- halve de keuken der lage landen.

Dit boek uit 19? met "Traditionele gerechten uit de Lage Landen" prikkelt in ieder geval mijn ontdekkingsdrift. Misschien komt dat juist wel omdat het er in al zijn gedateerdheid al uitziet alsof het de waarheid over vroeger vertelt. Want als je iets ouds zoekt, moet het er ook oud uit zien, toch?!
De 79 bladzijdes met recepten lijken in ieder geval alle bekende keukenklassiekers te bevatten (watergruwel, bierpudding, gort, l'Atte, kruudmoes, ossestaartsoep, rolmops, paling in 't groen). En voor een luttele €1,50 (op de boekenmarkt) ben ik er sowieso al blij mee! Alleen, wat moet België aan met die overduidelijk oranje tekeningetjes?

01 januari 2010

Een vree(md) Gents kookboek

Godzijdank voor dat uit Frankrijk overgewaaide gebruik om op Nieuwjaarsdag ('s nachts, na bezichtiging van het - in NL véle - vuurwerk) cadeautjes aan elkaar te geven, want anders had ik nu nooit dit toffe kookboek in handen gehad. Een Vlaamse vriendin dacht mij hier een plezier mee te doen en inderdaad schiet het gemoed vol. Het enige vervelende is dat ik niet makkelijk gebruik kan maken van de in het boek genoemde adresjes, aangezien mijn bed niet meer in Gent staat..
Dit kookboek volgt twaalf Gentse koks uit verschillende culturen bij het maken van een maaltijd voor vrienden en familie, waarbij de diverse keukengeheimen worden verklapt (en doet daarmee stérk denken aan het Rotterdamse Kookboek; ook de opzet is een- der).. Een heerlijk doorbladerboek met zeer levendige, indringen- de foto's (waarmee ik vooral de close-up foto's van de koks bedoel, aan het begin van elk hoofdstuk) en no-nonsense gerechten. Geen grootse internationale klassiekers, maar gewoon lekkere gerech- ten die de horizon van de thuiskok doen verbreden. Leuk ook hoe de royaal gegeven achtergrondinformatie een mooi tijdsbeeld schept van de culinaire ontwikkeling van mijn favoriete Belgische stad!

23 november 2009

"Met poten en oren, om duimen en vingers bij af te likken"

Hutspot. Hutsepot. What's in a name? Nou, véél, schijnbaar. Plat préferé is weer begonnen en aangezien ik niet elke week met mijn neus in de programmagids zit, heb ik de eerste vijf afleveringen (Astrid Lindgren - Kötbullar, Armand Pier - Asperges in mousselinesaus, Bob Marley - Escovitch, Charles de Gaulle - Poule au pot en Bruce Lee - Rundvlees in oestersaus en tofu) alweer gemist (Canvas, breng deze verrukkelijke serie alstublieft op dvd uit!) Vorige week kookte Jeroen Meus het favoriete gerecht van Greta Garbo (Laxpudding) en morgenavond (dinsdag, 20.40u, Canvas) is het culinaire genot van Toon Hermans aan de beurt, waarna wekelijks Ian Fleming, Hergé en Frank Sinatra zullen volgen. Vorig jaar leerde Mr. Meus mij Yorkshire puddings maken (hier) à la Roald Dahl (en Frtz attendeerde mij toen al op hutsepot).
Maar die hutsepot dus. West-Vlaamse boerenkost, op zijn best be- reid vlak na de (varkens)slacht. Met verse aardappeltjes en groen- te van het land. Een favoriet van wielrenner Briek Schotte en daar- mee een aflevering uit het eerste seizoen Plat Préferé. Mijn lief wil het eten en dus op speciaal verzoek:

Het RECEPT is makkelijk via de Canvaswebsite te vinden, compleet met videofragment uit het programma (een mustsee)!

Als je, zoals ik de zoektocht naar pekelzout en reuzel, achterwege laat (Nederland is wat dat betreft een heel stuk beperkter bevoor- raad dan bijvoorbeeld België), is het ook nog eens helemaal geen moeilijk gerecht om te maken. Het vergt enkel geduld.
Van veel varkensvlees wordt met smaakmakers (RJ: verse tijm, verse laurier - ik leer, ik leer) een krachtige bouillon getrokken (duur: vier uur). Daarna in een andere pan aardappeltjes, peen en knollen (meiraapjes) in een scheut bouillon garen; halverwege de kooktijd overige groenten als bloemkool, groene kool en prei mee smoren en wanneer de hele boel zo'n beetje gaar is, de pan flink schudden ('de pot hutsen') zodat het zetmeel van de aardappelen de smurrie bindt tot wat nog het meest op stamppot lijkt. Maar geen stamppot ís. Dit is dus géén (Hollandse) hutspot! Dit "proeft naar het platteland des jeugdigen Flandriens". Het van het been vallende vlees gaat erin en al wat het dan nog nodig heeft, is een flinke lik (Tierenteyn) mosterd. Èchte winterse kost.

10 maart 2009

Gentse stoverij

In de categorie koken met alcohol (4 mrt): stoverij. Omdat ik in Gent heb gewoond 3,5 jaar en omdat ik met hart en ziel vind dat goede oude tradities in ere hersteld moeten worden door de nieuwe generatie (c'est moi):

Maandag: werken. Dinsdag: werken. Woensdag: werken. Donder- dag: werken. Vrijdag: werken. En dan op donderdagavond, net wanneer je merkt dat de totale uitputtingsslag van een fulltime werkweek je lichamelijke weerstand dusdanig heeft verzwakt dat één of ander agressief virus prematuur de controle over je neus heeft overgenomen, staat er een dinertje met vrienden voor vrij- dag op de agenda. Héél veelbelovend leuk, maar wat lonkt dat bed met zijn warme dikke dekbed... Ik snuif nog maar eens aan mijn huile gomenolée en besluit dat ik vlees ga moeten hebben. Met proteïnen enzo. En vet. Wat makkelijk te maken is, want het lief kookt al de hele week voor mij en voor het vrijdagavonddiner is het duídelijk mijn beurt! Stoofpot dan dus.
Voor de tv (zwak, zwak) snijd ik 1,4kg runderlappen in stukken. Ik vind geen pan groot genoeg voor deze enorme lading en bak in een braadpan én een koekenpan al het vlees rondom bruin aan. Grofgesneden uien, dito appel, verse peterselie, laurierblaadjes en (gedroogde) tijm erbij en afblussen met een pijpje Leffe (niertjes laat ik achterwege, want 1. eng orgaanvlees en 2. waar vind ik dat om 17.30u op mijn fietsje op weg van station naar huis?!) De hele lading overhevelen naar pan nummer één; vier sneden ontbijt- koek, waarvan één dik bestreken met grove mosterd, in de prut gemikt; het geheel aan de kook brengen en bijna twee uur laten sudderen. Uiteraard stort ik in, maar weet nog net mijn liefste zo ver te krijgen dat hij om 23.30u het vuur uitzet en het deksel op de pan plaatst; met dank aan de Nederlandse overkill aan voetbal op televisie.

De volgende dag (na het werk: zucht, steun) gaat flesje bier nummer twee bij de stoof en wordt de hele brij verwarmd en ingedikt. Waarbij met water aangemaakt aardappelzetmeel mij misschien uit de brand heeft geholpen in de categorie: wachten op indikken. Het bezoek arriveert, mijn lief haalt patat (en rasfriet) bij de cafetaria om de hoek (handgesneden, zelfgebakken frieten? nóoit van gehoord!) en we smullen van een vullende maaltijd met geblancheerde broccoli als groenvoer. Zacht smeuïg draadjes- vlees in kruidige biersaus met koekaccent. Altijd een aanrader!

12 december 2008

Maar zou dat ook "1e prijs beste frites van België" zijn?

Middenin de binnenstad van Utrecht zijn (schijnbaar) Vlaamse frites te bekomen... Alleen is de mayonaise uiteraard níet de standaard Belgische zure, maar de gewone Nederlandse Calvé variant. Ik ben zéér benieuwd wat mijn vrienden uit België over dit friet'kot' te zeggen hebben! Interessante naam... niet direct mijn eerste associatie met frites (en weet: 'patat' is Vlaams voor een aardappel!)

08 september 2008

S.O.S. Piet

Op 9 oktober 2004 begon de Vlaamse tv-zender VTM met de uitzending van de reeks "SOS Piet", waarin vermaard chefkok Piet Huysentruyt bij de mensen thuis, op verzoek, hun culinaire problemen komt oplossen. Niet alleen levert dit veelal hilarische tv op (iemand die bijvoorbeeld gegratineerde oesters wil maken en gezoete slagroom uit een spuitbus gebruikt, want 'slagroom'), maar tegelijkertijd biedt de serie een schat aan informatie over de (Vlaamse) Keukenklassiekers en hun (correcte) recepten. Oproep: Piet, kom ook naar Nederland!!

07 februari 2008

Mazout/mazoet

Mazout is iets wat ik pas ken (lees: van gehoord heb) sinds mijn verblijf in België. Het betreft stookolie, wat bij de mensen thuis in een container wordt afgevuld en waarmee het huis dus verwarmd wordt. Regelmatig zijn de mazoutprijzen dan ook in het nieuws.
Mazoet is een drankje. Bier met cola welteverstaan. Op vakantie in Oosten- rijk dronken mijn broertje en ik vroeger spezi: cola met sinas. Bíer met cola is daar ook een gekend drankje. In Nederland is het ook mogelijk een sneeuwwitje te bestellen: bier met 7up. En op een Belgisch studenten- feestje kun je van de bar weglopen met een tango: bier met grenadine.

Zeer onstoer uiteraard, maar ik vind deze verzoete 'biercocktails' eigenlijk best te pruimen. Vooral omdat ik niet houd van het bittere in bier.
Oudbruin gaat dus ook nog wel.

12 december 2007

Witlofrolletjes uit de oven, met ham en kaas

De keuken van ons moeder (mijn nieuwe bijbel) bevat naast de authentieke recepten van een veertigtal moeders, ook een sectie met de "verhalen achter de gerechten", zoals opgesteld door een specialist in de culinaire geschiedenis van België. Over de klassieke witloof(B)schotel valt hetvolgende te lezen:

Witloof maakt zijn entree op de markt te Brussel in 1876; de groente is van oudsher verbonden met de driehoek Leuven- Mechelen-Brussel en de van oorsprong Brusselse "witloofrolletjes met ham" zullen het hele land veroveren. Vanaf W.O.II groeit de wintergroente uit tot een ware succesteelt en vindt zij gretige afnemers op de binnen-en buitenlandse markten. De teelt van witloof verlaat dan de artisanale kelders, schuurtjes en dakjes voor grootschalige binnenteelt die begin jaren 70 piekt tot 11.000ha. Klassieke importeurs als Nederland en Frankrijk ontdekken daarna meer en meer zélf de teelt en gaan binnen de kortste keren massaal witloof in België invoeren; in het land van oorsprong is de witloofteelt teruggedrongen tot 6.800ha, die zich niet meer in de geboortestreek concentreert maar eerder in Roeselare (W-Vl) en Sint-Lievens-Houtem (O-Vl) voorkomt.

Witlof dus (waarom die extra 'o' in het Vlaams? En, ja, ik weet wel dat 'Vlaams' geen officiële taal is, maar voor mij is het: 'Nederlands' en 'Vlaams' en niet, zoals veel Vlamingen zeggen: 'Hollands' en 'Nederlands').

Eerst licht gestoofd, dan in ham verpakt de oven in met een dikke romige bechamelsaus (met flink veel kaas) en dan genieten. Erbij: komkommersalade. (niet nodig trouwens om de harde kern te verwijderen van de witlofstronkjes)

05 december 2007

Rijstpap

Uit mijn nieuwe kookboek De keuken van ons moeder maak ik rijstpap. Een klassieker!! Zou het moeilijk zijn?

Het recept is in ieder geval zonder poespas opgeschreven en ik hoef dan ook niets anders te doen dan de aanwijzingen braaf opvolgen. Door de garende rijst bindt de melk tot pap en met een weinig suiker (officieel 50g suiker op 1l melk met 100g dessertrijst) ontstaat de basisrijstpap. In de Franse keuken (riz condé of riz au lait) wordt een kaneelstok meegekookt en de Vlaamse variant wordt geparfumeerd met een vanillestokje en draadjes saffraan. Uiteraard verschilt de rijstpap van streek tot streek en kent élk huishouden zijn eigen variant (met citroenzest, met rozijnen, met eidooiers, met room), maar deze smaakt mij zó ook al goed. Wél met een topping van bruine basterdsuiker. Ik moet eerlijk toegeven dat ik bijna Vlaamse trots voel bij het oppeuzelen van mijn eerste zelfgemaakte rijstpap. Maar het gouden lepeltje laat ik achterwege. Ik blíjf immers atheïst!

Klik hier voor een heleboel tips m.b.t. rijstpap.

28 november 2007

Niet míjn moeder, maar wel de ónze!!

Ik heb een nieuw kookboek. Vandaag gekocht (€29,95). En ik ben er SUPER blij mee!! Ik ben er eigenlijk nogal "verguld" mee zelfs (en ik hoop, hoop, hoop dat er ook een "De keuken van ons moeder; het culinair erfgoed van Néderland" uitgave is; en anders ga ik vanaf nu de uitgever hierover aanschrijven):

Daar waar Nederland en België massaal de sinds kort vertaalde Zilverenlepel (Italiaanse kookbijbel) aanschaffen, om toch óók maar deelgenoot te mogen zijn van de geheimen van de authentiek Italiaanse keuken, zouden we met z'n allen bijkans vergeten dat we zélf ook een culinair erfgoed hebben. Een door de jaren heen verworven keuken, die gebruik maakt van wat in onze eigen kikkerlandjes voorhanden is (koolraap en lof, schorseneren en prei). Saai, natuurlijk; stamppot en waterzooi, maar stiekem... Hebben gerechten als Orloffgebraad, paling-in-'t-groen, huts(e)pot, andijviestamppot, snert en stoofvlees niet immers, behalve de smaak van vroeger, ook de herinnering aan een leven lang werken en vechten om de landen te worden die we nú zijn, in zich?! In dít kookboek zijn 40 Vlaamse en Waalse moeders aan het woord en zij geven hun 120 beste recepten prijs; van mattetaarten tot Aalsterse vlaai, van potjesvlees tot lamsnavarin. Vaderlandse geschiedenis in culinaire boekvorm: wát een prachtig eerbetoon aan alle moeders (en hun moeders).

Dit boek is 3 november j.l. in Amsterdam uitgeroepen tot (het eerste) Kookboek van het Jaar, nederlandstalig. Terecht!!

25 november 2007

Wafelenbak: gralijk lekkere Belgische wafels!

Gisterenmiddag kwam ons groepje van de opleiding bij elkaar. We hadden elkaar al een tijd niet meer gesproken; ja, af en aan in de wandelgangen, maar niet écht. Om de schade in te halen hadden D. en E. het lumineuze plan opgevat om een authentieke wafelenbak te organiseren. Ik, als Hollandse leek, was direct enthousiast: ik zou getuige zijn van een stukje Belgische cultuur, zoals zelden door een niet-Belg ervaren!! Dat was medio september, dus schijnbaar duurt het dik twee maanden om een groep van elf bij elkaar te krijgen. Bovendien had het nog wel wat voeten in aarde alvorens deze stapel wafels er was om onze buikjes te vullen:

L. bleek degene met hét recept voor échte Belgische wafels; afhandig gemaakt van haar oma (B: bomma). Zij en ik arriveerden twee uur voor aanvang ter plaatse (bij E.); zij met alle ingrediënten om haar deegkunsten te vertonen, ik met pen en papier om ze haar afhandig te maken. Zo kwam ik tot hét únieke originele bommarecept:

Na enig gesoebat over de hoeveelheden (iemand opperde 10kg bloem), verdubbelden we de porties van het recept voor een vijftigtal wafels. Bovendien besloten we twee degen te maken: één origineel gistdeeg en één snel deeg voor een 'rappe hap' met zelfrijzend bakmeel en spuitwater.
L. bleek perfect in staat twee dingen tegelijk te doen, terwijl E. en ik onze handen al vol hadden aan de schier onmogelijke taak om het deeg homogeen te mengen. Handige tip: plaats een vochtige doek onder de deegkom om ronddraaien van de bak te voorkomen. Ons gistdeeg in de groene emmer werd, afgedekt met een droge doek, in de buurt van de verwarming (B: chauffage) gezet (liever nog op een Leuvense stoof); waarna we ons waagden aan de deegvariant met spuitwater (in de rode teil).

(Dus nee, dat zijn geen deegklontjes, maar koolzuurbubbels:)

Dik een uur heeft het gistdeeg nodig om te rijzen tot het in volume is verdubbeld, dus was er tijd om ondertussen met bakkerszoon J. de bakstrategie door te nemen. Ik had al begrepen dat je voor een goed gebakken wafel niet zomaar elk wafelijzer kan gebruiken en de meeste mensen die ik sprak, zwéérden bij het door hún moeders gebruikte ijzer van het merk Nova. Dergelijke apparaten waren voorhanden, dus het grote bakfestijn kon beginnen (dit ijzer van Philips bleek echter onovertroffen):

Wafelbeslag in het wafelijzer gieten (ga er maar gerust van uit dat de eerste wafel mislukt!); het ijzer sluiten en rustig wachten tot de rook begint op te stijgen en de geur van vers gebak zich door de ruimte verspreidt. Kundige wafelbakker J. bleek geduldig te kunnen wachten op een gare wafel,

maar dat geldt zéker niet voor iedereen.
Bij voortijdig openen van het ijzer, is er een gróte kans dat de wafel kapotscheurt en aan de wafelplaten blijft plakken, wat allerhande gepeuter en gepruts tot gevolg heeft om de aangebakken resten deeg weer te verwijderen. Dít deeg bevat van zichzelf al voldoende vet om plakken aan het ijzer te voorkómen; dus daarmee nauwelijks problemen!

Ook het te ruim vullen van het ijzer geeft problemen, want het door de warmte expanderende beslag loop dan heerlijk over: geeft eveneens geknoei (B: gesmos)! Enig Fingerspitzengefühl is dus van onschatbare waarde, maar na een wafeltje of tien heeft zelfs de meest onervaren bakker het trucje wel door, waarna je een werkelijk verrukkelijk knapperige goudbruine wafel krijgt. Twéé zelfs. Warm natuurlijk het lekkerst met goed veel (poeder)suiker, slagroom en kersen (geen chocoladesaus? géén chocoladesaus? GÉÉN CHOCOLADESAUS?!)

Ikzelf geef bij verre de voorkeur aan het gistdeeg boven het 'rappe hap' deeg, hoewel dat laatste wèl ingevroren blijkt te kunnen worden. Want met deze hoeveelheden hadden we uiteraard nog "een beetje" beslag over (E. en ik hadden uitgerekend dat iedereen tien wafels of meer zou moeten hebben gegeten...)

["gralijk" is overigens Wetters super súperlatief voor "héél erg"]