Getooid met een recept van Carola ga ik met de twee puppies S. en J. aan de slag in de keuken. We gaan bakken, en dit keer eens geen koekjes, maar "een taart". En omdat het wel een beetje een alles-in-een-kom-en-mengen-maar taart moet zijn, blijf ik na een kleine online zoektocht hangen bij dit recept.
Recept
De oven voorverwarmen op 200 graden Celsius en een ronde springvorm van 20-22cm met bakpapier bekleden (en invetten). Meng 125g roomboter op kamertemperatuur met 250g fijne kristalsuiker, een zakje vanillesuiker, 2 eieren, 100g geraspte kokos, een snuf zout en 125g zelfrijzend bakmeel. Schep het mengsel in de springvorm en bak de kokoskoek in 25-30 minuten goudbruin in het midden van de hete oven.
Hij neigt tot inzakken. Op zich maakt dit niet uit wat betreft de smaak, maar het ziet er iets minder mooi uit. Laat de koek een paar uur afkoelen, anders valt hij uit elkaar. De boter is namelijk nog warm en moet kouder worden om steviger te zijn.
In het recept wordt erg aangedrongen op het maken van deze kokoskoek (of is het toch een kokostaart) en het is al direct na de eerste hap duidelijk waarom... dit smaakt naar boterkoek met kokosmakroon erop geplakt. De onderkant van de koek is smeuïg en boterig en romig en onweerstaanbaar. En de bovenkant is knapperig en luchtig en kokos. Maken! Maar let op; voor je het weet heb je een hele koek opgegeten. Dus goddank voor huisgenoten (huisgenootjes) die zo enthousiast mee happen.
Met twee kleintjes in huis, moeten er eigenlijk ook altijd bananen zijn. Die zijn snel (geprakt en) opgegeten. Echter, in een aankoopbevlieging van mezelf ('dan heb ik er maar genoeg') liggen er nu toch drie bananen te verbruinen op de fruitschaal. Dát wordt dan dus bananen'brood'. Ik google een gezondere versie (zonder boter en zonder suiker) en sla weer eens aan het (sporadische) bakken.
Recept Maal 50g havermout fijn in een keukenmachine tot 'meel'. Pureer 3 (over)rijpe bananen met 50g ontpitte dadels in een keukenmachine (of met een staafmixer). Klop hier 3 eieren en een snufje zout doorheen. Voeg 100g amandelmeel (of tarwebloem) en 1,5tl bakpoeder toe en meng tot een homogeen beslag. Voeg een handjevol ongebrande noten (of rozijnen of chipzaad of...) toe en giet het mengsel in een ingevette bakvorm. Bak in een voorverwarmde oven van 175 C in ca 30 tot 45 minuten gaar. Controleer of het bananenbrood gaar is, door een er een satéprikker in te prikken. Laat afkoelen en ontvorm.
In het recept staat ruim 45 minuten in de oven, maar dat is met de harde brander van ons niet nodig. Binnen een klein half uur komt mijn satéprikker er al droog en schoon uit. Het brood is dan niet echt smeuïg meer; ik zou zelfs zeggen aan de droge kant. Maar verder wel heel goed. Niet te zoet. Of is dat, niet zoet genoeg? Zelfs met (ongezoete) slagroom erop, wil kind 1 (S.) het niet opeten. Werk in wording dus. Ik weet nog niet zeker of dat laatste voor het kind of het bananenbrood geldt...
Zelf heb ik een soort systeem gaande waarbij de vers gekochte broden zo snel mogelijk de diepvries ingaan. De sneetjes die (de volgende dag) gegeten gaan worden, haal ik op tijd eruit zodat ze kunnen ontdooien op kamertemperatuur. Tada: zo goed als vers brood, zo goed als altijd wanneer je wil. En zo lukt mij dat individueel ook wel. Maar met drie 'nieuwe' huisgenoten loopt dit systeem nogal eens spaak. En dan liggen sneetjes brood oud te worden in de trommel. En oud brood; dat eet ik niet. Maar weggooien gaat mij ook te ver. En de eendjes voeren, is ook niet verantwoord, want daar schijnen de ratten vooral op af te komen. Dus doe ik tegenwoordig de restjes oud brood (en de eerder afgesneden broodkorsten) alvast in blokjes gesneden in een zakje in de diepvries. Klaar voor het maken van broodpudding:
Met weinig suiker erin durf ik dat best aan mijn zoon S. (1,5) voor te schotelen. Want verder is het alleen volkorenbrood, melk, eieren en rozijnen. Ik heb vroeger, tijdens mijn Gentse dagen, wel vaker broodpudding gemaakt. Maar ik gebruik dit keer een ander recept:
Recept Warm 5 (of 6)dl melk met 80g basterd-of palmsuiker op tot de suiker opgelost en de melk lauw is. Niet te lang verwarmen (want basterdsuiker reageert anders dan kristalsuiker). Snijd ondertussen 300g oud brood (met korstjes en al) in blokjes. Doe het brood in een grote kom en voeg de gesuikerde melk toe. Laat dit een uurtje weken en roer het af en toe door, tot een dikke brij ontstaat. Gebruik zo nodig een pureestamper. Voeg 50g rozijnen, een ½tl kaneelpoeder en 4 losgeklopte eieren toe en roer alles goed door elkaar. Bekleed de bodem van een bakvorm met bakpapier en vet de vorm in. Vul de vorm met het broodbeslag en bak de broodpudding 45 minuten in een voorverwarmde oven van 180°C. Dek eventueel de bovenkant tijdens het bakken af met aluminiumfolie oid. Laten afkoelen en ontvormen. (update 25.04.2020) Kapjes brood uit de diepvries kwamen in totaal op 200g, dus recept bovenstaand gehalveerd. Aan het deeg heb ik nog 2el honing en 1 (bruine, overrijpe) geprakte banaan toegevoegd. Góed idee!
Aangezien bovengenoemd systeem spaak is gelopen en er op een ochtend geen 'vers' brood voorhanden is, schotel is zoon S. dus broodpudding voor. Ook keurig in hapklare brokjes voorgesneden. Hij verórbert ze. En zegt: "meer". Voor mijn gevoel ben ik goed bezig, want dit is zo goed als volkorenbrood. Hoewel het natuurlijk wel verdacht is dat S. in minder dan tien minuten in totaal twee dikke plakken broodpudding opeet. "Ach voor een keertje". "Weggooien is ook zonde".
Op mijn vrije maandag mag ik naar mijn werk. Dat doe ik uiteraard niet zomaar (want een vrije dag noemt men niet voor niets 'vrij'). We zullen worden gevisiteerd door de ons overkoepelende organisatie die zal beoordelen of we voldoen aan de kwaliteitseisen. Om mijn (1,5 uur durende) flitsende presentatie extra soepel te laten verlopen, heb ik de hulp nodig van een derde. En deze collega bleek vorige week zonder morren bereid om die hulp te verlenen. En dus leid ik mezelf even af van powerpoint door een klein bedankje te bakken! En ik kan fijn mijn prachtige blauwe Kitchenaid gebruiken!!
Recept (whoopie pies)
Klop 90g zachte (ongezouten) roomboter zeer licht en luchtig met 75g suiker. Voeg al kloppend 1 ei (L) toe tot alles goed vermengd is. Zeef 135g bloem, ½tl bakpoeder, ½tl zout en 50g aardappelzetmeel boven het mengsel en vermeng (op lage snelheid) tot het nèt 'bij elkaar komt'. Roer ½tl vanille-extract en ½tl roze kleurstof door 30g karnemelk en meng dit door het deeg. Doe het geheel over in een spuitzak (met een ronde spuitmond of knip de tip eraf) en spuit gelijke(!) ronde hoopjes van ca. 3cm doorsnede op een met bakpapier beklede bakplaat. Hoe gelijker de 'whoopies' worden opgespoten, hoe gelijker ze zullen zijn en hoe beter ze op elkaar zullen passen. Bak de whoopies 12 minuten in een voorverwarmde oven van 170°C.
Klop 125g boter luchtig. Smelt al roerend 150g (mini)marshmallows met 3tl melk in een steelpan, laat tot kamertemperatuur afkoelen en mix dit door de luchtige boter. Spuit (of besmeer) de helft van alle whoopies met deze botercrème, sandwich dit met een andere whoopie en maak tanden aan de voorkant...
In het origineel worden de tanden gemaakt van mini marshmallows. Maar die kon ik niet vinden. Wel grote marshmallows (die ik op maat heb geknipt) en manna plofrijst (waar ik de witte uit heb geselecteerd). Maar ik besluit (tijdtechnisch) te gaan voor kant-en-klare snoeptanden ('zachte gebitjes' Hema €1,00).
Nou moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat het 's avonds al wat later werd toen mijn botercrème geklopt was. En toen was de crème te zacht op om te spuiten (ik geef het warme juniweer de schuld). Ik moest ook nog iets anders doen, dus ik heb de botercrème in de koelkast gezet en ben dat andere ding gaan doen. Maar toen ik terugkwam was de crème weer te koud. En deze marshmallowbotercrème bleek niet alleen hard maar ook elastisch. Er zat niets anders op dan de boel weer "even te verwarmen", maar zoals dat dan gaat, verwarmde ik het "net even te veel". En dus begon het spel weer van voren af aan. Mijn tip zou dan ook zijn om de gesmolten marshmallows écht goed af te laten koelen alvorens door de boter te mengen. En de botercrème daarna metéén te gebruiken.
De marshmallow botercrème is van het smeltende type (hoewel bij dit warme weer alle botercrème smelt, natuurlijk). Dus de gebitten worden zo veel mogelijk koel bewaard. Een half uurtje voor serveren uit de koelkast halen blijkt prima. Wat zien ze er toch geweldig leuk uit!! De roze 'whoopies' houden het midden tussen een cake en een koekje: van binnen zacht kruimig en luchtig met een stevigere textuur dan cake en een verharde buitenkant die net niet krokant is. Samen met de zoete zachte botercrème die romig tussen de whoopies gevangen zit, een heerlijk hapje. Dat de tanden van zurig snoep zijn, bevalt mij wel. Nog meer marshmallows zou mij te zoet zijn geweest. Het is alleen dat deze tanden een heel andere textuur hebben, met gelatine, dus dat hapt wat minder makkelijk weg. Voor de helpende handen die minder van zoet houden, schik ik de gebitjes op een schaal met chocolade dulce de leche koekjes. En bedankt!
Het valt me nu trouwens pas op dat de tanden helemaal niet kloppen...
Deze whole roasted cauliflower with ginger en sesame ziet er op de site van 'The Endless Meal' ongelooflijk goed uit. En het concept past prima in de door mij gewenste manier van eten: groenterijk en verrassend smaakvol. Nou weet ik al dat (in de oven) geroosterde bloemkool (zoals deze) van een heel andere orde is.
Recept
Meng 2el sesamolie (Chee Seng 100% pure sesame oil) met 1el olie (bijvoorbeeld druivenpitolie), 1el miso, 1el Chinese chili knoflook saus en 1tl fijngeraspte verse gember. Wrijf het mengsel gelijkmatig uit over een rauwe, goed gewassen bloemkool. Bak de bloemkool 45 tot 50 minuten in een voorverwarmde oven van 175°C. Garneer met in ringetjes gesneden bosui (en sesamzaadjes) en serveer.
De hoeveelheden blijken (net) genoeg voor een klein bloemkooltje. En die ziet er dan in níets uit zoals op de foto (maar ik ben natuurlijk ook geen voedselfotograaf, zoals het mevrouwtje van genoemde website ;)
Maar is wél heel erg lekker. Miso (Japanners wisten het natuurlijk al) is voor mij een welkome ontdekking!
De Allerhande versie van de Californische 'green goddess' salade vormt vanavond mijn avondmaaltijd: groenten, quinoa en garnalen met een hartige mayo-ansjovisdressing. Dit recept is genoeg voor een gróte bak vol. Alleen de hoeveelheid dressing is wat aan de geringe kant, maar het opvoeren van deze hoeveelheid zou ook meteen te veel mayonaise betekenen. Ik opteer voor een extra scheut (hele goede) olijfolie en ik eet in mijn eentje de hele bak leeg. Diner.
Recept
Breng 75g (zwarte) quinoa met ½ groentebouillontablet en 250ml water aan de kook. Draai het vuur laag en laat 15 minuten afgedekt koken (tot 'de staartjes' van de quinoa tevoorschijn komen). Doe de quinoa in een ruime kom en laat afkoelen.
Snijd een halve krop ijsbergsla (of 2 Little Gems) in stukken. Snijd 1 komkommer in reepjes. Kook 250g diepvrieserwten (of edamame, Oriental) twee minuten in ruim kokend water, giet af en spoel onder koud stromend water. Meng de sla, komkommer en erwten door de quinoa.
Snijd 15g bieslook fijn. Snijd de blaadjes van 15g verse basilicum grof. Snijd 4 ansjovisfilets fijn en vermeng dit met het sap van 1 citroen, 4el halvanaise (of volle mayo) en de verse kruiden tot een dressing. Breng op smaak met zout en peper. Meng 1 bakje rivierkreeftjes (AH) door de dressing en verdeel dit over de salade. Halveer 2 eetrijpe avocado's in de lengte, verwijder de pit en schep met een lepel het vruchtvlees eruit. Verdeel de avocado's en dressing over de salade. En serveer.
Mogelijk heb ik in een eerder stadium wel eens uitgeroepen dat "het ruikt naar gras en smaakt naar struik", maar wist ik in mijn koppig kinderlijke onschuld toen veel. Ik heb wel even aan de smaak moeten wennen.. Maar groene thee is één van mijn favoriete dorstlessers; als niet dé favoriete. En sinds ik in Japan ook matcha heb ontdekt, vind ik ijs, koekjes, cakes met groene thee ook niet te versmaden. Dus vandaag als toetje een Frans-Japanse fusion: romige pudding van groene thee met een knapperig suikerlaagje.
Recept
Vermeng 100ml slagroom en 80ml melk in een steelpan. Zeef hier ½el matcha boven en roer zo goed mogelijk door elkaar. Breng dit op een middelhoog vuur tegen de kook aan. Roer ondertussen 2 eierdooiers los met 2el suiker. Giet al roerend eerst een beetje en dan alle hete room bij de dooiers. Giet het mengsel terug in de pan en verwarm al roerend tot het dikker begint te worden. Verdeel de pudding over vier porseleinen schaaltjes (ramequins) en plaats deze 20-25 minuten in een heetwaterbad in een voorverwarmde oven van 150°C. Laat uit de oven afkoelen tot kamertemperatuur en koel de puddings een uur in de koelkast.
Verdeel (riet)suiker over de puddings en karameliseer dit met een crème brûlée brander (of desnoods een warmeluchtpistool). Serveer.
De matcha pudding wordt gemaakt door een paar erg simpele stappen te volgen.
Het moeilijkste is eigenlijk nog om goede matcha te vinden.
Bij het puddingmengsel lik ik mijn vingers al verrukt af. En voor het uiteindelijke resultaat geldt hetzelfde: oooooh, mjam mjam! Zo romig en smaakvol. Héérlijk!! Saillant detail dat ik geen suiker in huis heb voor de knapperige karamellaag. En ik bedoel; ik ben een bakster, dus ik heb werkelijk álles aan bakonzin in huis. Maar dus geen suiker. Wel drie soorten basterdsuiker, (zelfgemaakte) vanillesuiker, ahornsuiker, fijne kristalsuiker en oerzoet. Maar geen normale suiker. Dus in de dagen voorafgaand aan dit toetje, neem ik bij diverse gelegenheden de onaangebroken suikerzakjes mee die ik bij mijn kopje thee geserveerd krijg. En misschien dat ik bij de Kiosk op het perron ook een zakje of twee heb meegebietst (tip: bij starbucks hebben ze rietsuikerzakjes).
Eén cakeje is geen cakeje. Zéker niet met Pasen. Twee cakejes is een half cakeje (en drie cake is een Paascake). Dus behalve yoghurtcakejes maak ik ook 'gecondenseerde melk cakejes' voor het GoLive Weekend van M.
Recept
Klop 50g boter zacht en romig. Voeg hier 4 eieren en 1 blikje (397g) gecondenseerde melk aan toe en klop dit door elkaar. Meng tenslotte 150g bloem en ½tl bakpoeder door het beslag. Verdeel de massa over cupcakevormpjes of een grote (ingevette) vorm en bak de taart(jes) in het midden van een voorverwarmde oven van 175°C tot een erin gestoken satéprikker er schoon weer uit komt. Laat op een rooster afkoelen en serveer met jam of bv dulce de leche.
De bereiding van dit recept is een mákkie! Feitelijk is het een kwestie van alle ingrediënten in een bak doen en goed door elkaar mengen. Alleen merk ik dat de boter eerst even moet worden losgeroerd om klontjes te voorkomen. De cakejes rijzen mooi op maar zakken ook weer in.
De kuipjes met (Abedul) dulce de leche heeft M. zelf uit Zuid-Amerika meegenomen. En voor de liefhebber blijkt dit een goede begeleider van de lichtzoete cakejes die een beetje naar zoete eierkoek (of Indische roti kukus) smaken. Ik denk dat ze ook lekker zullen zijn met een plak kaas (want zo heb ik roti kukus ooit leren eten!) Eindconclusie: echt héél erg makkelijk te maken en lekker genoeg om dat nog eens te doen.
Via Ingress ben ik in contact gekomen met een viertal wijkbewoners die dit (verslavende!) spel ook spelen. Hartstikke leuk, want samen linken en fielden we de hele buurt en stad aan elkaar. Hoewel Ingress ook heel goed solitair te spelen is. Maar we vragen elkaar wel eens om hulp of houden elkaar op de hoogte van de blauwe tegenstanders. En wat wij ook doen is elkaar feliciteren als iemand een hoger level heeft weten te bereiken. Hoewel het tussen mij en clearestview nek aan nek was wie het eerst L12 zou halen. Ik verloor (met een halve dag) en dus maakte ik vanavond het dessert voor zijn overwinningsdiner. En omdat ik hem dan op z'n minst met mijn toetje moest weten af te troeven, haalde ik alles uit de kast met het 'mocha dream dessert' van HowToCookThat:
Dit (d)roomdessert van An Reardon bestaat uit drie lagen heerlijkheid (die afzonderlijk inderdaad ook stuk voor stuk verrukkelijk smaken en dus eveneens los van elkaar kunnen worden gemaakt): een knisperige melkchocoladebodem; een luchtige amandelbiscuit ('daquoise'); en een romige koffiecremè,tja,pudding (die ik vanaf nu 'cremeux' zal noemen zoals zij ook doet) met daarop toefjes gezoete mascarpone en stijlvolle zelfgemaakte chocoladedecoratie. In de video van mevrouw Reardon tel ik zo'n vijftien desserts. En omdat ik er maar vijf nodig heb, halveer ik de hoeveelheden die zij voorschrijft (gelukkig maar, want ik blijk méér dan genoeg te hebben). De video maakt heel duidelijk hoe het dessert moet worden bereid.
Voor de onderste laag roer ik 50g verkruimelde crêpes dentelles (die ik voor deze gelegenheid 'even' snel zelf bak, in plaats van er eindeloos in de winkel naar te zoeken) door 130g gesmolten (Milka) melkchocolade. Dit wordt uitgestreken op een siliconen bakmat (silpat®) om fijn in de koelkast op te stijven.
De amandelbiscuit is een eitje :) met de nieuwe Kitchenaid die mijn M. me voor mijn verjaardag gaf. Over de gebakken en afgekoelde biscuit giet ik vervolgens de koffiecremeux en dát blijkt zo'n ontzettend lekker goedje dat ik het recept ervan even voor mezelf moet onthouden (voor later):
Recept koffiecremeux
Hak 150g pure chocolade en 100g melkchocolade in grove stukken en doe dit in een grote kom. Hang een zeef boven de kom.
Verwarm 300ml slagroom in een steelpan tot het net aan de kook is geweest. Haal de steelpan van het vuur, roer 2tl oploskoffie door de slagroom en laat op kamertemperatuur afkoelen. Roer circa 35 fijne kristalsuiker door 4 eierdooiers en roer dit met een garde los tot de suiker en dooiers goed vermengd zijn. Giet al kloppend de slagroom bij het dooiermengsel en giet dit dan terug in de pan. Verwarm de eierroom tot 186°F (86°C; of tot het mengsel dikker wordt en de bodem van de pan net bedekt als deze schuin wordt gehouden). Giet de hete room door de zeef over de chocolade en roer beide door elkaar tot een glanzend homogeen mengsel. Giet de koffiecremeux dan in de gewenste vorm(en) en laat in de koelkast opstijven.
En omdat het doel 'aftroeven' is, maak ik ook de overdetop decoratie. Ik temper chocolade, strijk dit uit over repen acetaat (bij Kookpunt), steek rondjes en kleinere rondjes en plak mokkaboontjes (gechocolateerde 'koffiebonen') vast die ik eerst met lusterdust goud heb geborsteld. En ja, je leest het goed. Ik heb chocolade getemperd. En mijn Australische mentrix legt in een andere video uit wat dat is en hoe dat precies moet:
Alleen. De knapperige chocoladebodem is dus niet getemperd. En nu ga ik me serieus afvragen of die dan niet onwenselijk vroegtijdig zal gaan smelten. Na enig wikken en wegen besluit ik mijn dessert op een koekbodem te bevestigen. Dus in dezelfde vorm bak ik een boterkoek. Het was achteraf niet echt nodig, maar de extra laag was wel extra sjiek. En clearestview blijkt een koekfanaat te zijn, dus dat was een gelukkig toeval.
Ik gooi hoge ogen. Wat ook bijna niet anders kan. Want dit dessert is één grote verrukking. Het begint er al mee dat het er prachtig uitziet. "Als je had gezegd dat je het bij de banketbakker had gekocht, had ik het ook geloofd. Om eerlijk te zijn, geloof ik dat eerder dan dat je het zelf hebt gemaakt," zegt profijt. Hij heeft gelijk. Ik heb het zelf ook als ik naar de 'gebakjes' kijk. WAUW! Bovendien zijn ze erg érg lekker. De koekbodem is op zich wat droog en hard, maar in combinatie met de zeer knapperige chocoladelaag (hoe blijven die crêpes dentelles toch dagenlang zo krokant?!) en de luchtige amandelbiscuit klopt het weer. De verfijnde koffiecremeux is vingerlikkendlicious met de kleine toefjes mascarpone romigheid om het helemaal af te maken. Dat mascarpone een kaas is gemaakt van slagroom, verklaart het extraatje. Qua toetjes heb ik gewonnen. En we besluiten dan en daar om snel het volgende level te halen. Zodat we een reprise kunnen doen met z'n allen!
De gelegenheid doet zich voor om weer een boterkoek te bakken. Dat deed ik al vaker. Maar omdat ik eigenlijk nooit zo'n smeuïge koek uit de oven tevoorschijn wist te toveren als dat in de winkels ligt, gebruik ik een ander recept. In een zoektocht naar hét precies goede recept dus. En nee, natuurlijk ga ik geen kant-en-klaar mix gebruiken. "Zélf doen!" Dit recept komt uit Rudolph's Bakery:
Het is - op het eerste oog - niet moeilijk om een boterkoek te bakken. Het lijkt 'gewoon' een kwestie van goede (room!)boter mengen met bloem en suiker en eieren in de juiste verhouding. Maar toch, maar toch, de kleine details en finesses maken of breken het eindresultaat. En ook nu weer kom ik niet op overweldigend succes uit.
Ik heb ten eerste al de fout gemaakt om (enthousiast over mijn nieuwe Kitchenaid) de boter lekker op te kloppen. Er zit dus te veel lucht in het deeg en daardoor rijst de koek in de oven meer dan wenselijk (of de be- doeling) is. Verder oogt de koek na de aangegeven baktijd niet gaar en dus laat ik hem in de oven. Waardoor de boterkoek natuurlijk wéér te hard is. Retrospectief is dat dus het probleem van al mijn boterkoeken. Misschien dat hét recept helemaal niet bestaat. Alleen dé werkwijze. Zoals eerder uit de oven halen.
Maar natuurlijk is de koek wél lekker. En met een stijlvolle decoratie van walnoten, karamel en crêpes dentelles durf ik de koek met goed fatsoen best cadeau te doen aan zij die zo goed als afgestudeerd is en van snacken houdt. Ook omdat ik weet dat het placebo effect altijd al +37% is.
Dunne wafelkoekjes die 'crêpes dentelles' worden genoemd en waarvan het recept, volgens Byron Talbott (chefkok, vader en youtuber), niet op internet te vinden zou zijn (wat natuurlijk niet helemaal waar is; google het maar eens :) Zoals de naam al doet vermoeden, zijn de fijne crêpes dentelles een Frans koekje, van oorsprong uit Bretagne wel te verstaan. Een andere naam is 'paillets feuilletines' en ze worden in de winkel ook wel verkocht als 'gavottes' (de Quimper). Lekker krokant in ieder geval, gemaakt van een verrijkt (boter)deeg en dan superdun gebakken en mooi opgerold.
Recept
Plaats een bakplaat (ondersteboven) in het midden van de oven en verwarm de oven voor op 180°C.
Roer met een garde 115g roomboter op kamertemperatuur met een mespunt zout en 100g (fijne) kristalsuiker crèmig. Roer eerst 65g bloem en dan 1 eiwit toe door het botermengsel tot een homogene pasta ontstaat. Smeer met een spatel gelijkmatig (zeer) dunne lagen deeg naast elkaar op een siliconen bakmat (Silpat®). Leg de bakmat op de bakplaat in de hete oven en bak ca. 4 minuten tot de koekjes goudbruin zijn. Rol op met behulp van een cilindervorm, direct uit de oven. Serveer (gevuld met slagroom).
Enkele minuutjes in de oven is (natuurlijk) al genoeg. En,oh, trouwens, flinterdun uitsmeren van het deeg geeft koeklapjes die dan weer té dun zijn om op te rollen. Vers uit de oven zijn de crêpes loeiheet maar ze koelen snel af tot een krokant koekje en stel dat je een daadwerkelijk rolletje wil, dan moet je snel! zijn. En een beetje door de warmte heen bikkelen.
Het koekje heeft de textuur van een dunner kniepertje maar dan nóg knapperiger. De volle pure botersmaak zorgt ervoor dat het koekje bijna naar (Zeeuwse) boterbabbelaars smaakt. Belangrijk dus om écht goede boter te gebruiken. Ik kan alleen niet voorkomen dat mijn crêpes dentelles vocht (uit de lucht) opnemen en iets minder krokant zijn (een half uurtje na bakken). Meteen in een trommel doen waarschijnlijk.
Deze ultieme zoete verleiding had ik eigenlijk voor hij-die-noch-gluten-noch-lactose-mag willen maken. Maar vlak voordat ik wilde beginnen aan de keukenlijke bereiding ervan, bedacht ik me (nog net op tijd) dat 'gecondenseerde melk' natuurlijk óók lactose bevat. Potverdorie. En je weet hoe dat gaat, wanneer je eenmaal iets in je hoofd hebt gehaald. In plaats van het vergeten, verzin je gewoon een andere gelegenheid om het plan tóch doorgang te laten hebben. Tenminste, zo werkt dat bij mij dan. Dus maakte ik de 'magic cookie bars' gewoon voor mijn eigen verjaring.
Klop 2 eieren (L) met 400g suiker los. Roer dit met 500g pindakaas tot een homogene massa. Verdeel dit mengsel over de bodem van een met bakpapier beklede ovenschaal. Bak deze koek 8 tot 10 minuten in een voorverwarmde oven van 175°C. Laat wat afkoelen.
Verdeel 200g grofgehakte pure en 250g grofgehakte melkchocolade (of chocolade 'chips', bv bakingrediënt Jumbo) plus 100g grofgehakte (pecan-of wal)noten, 100g lichtbruin geroosterd amandelschaafsel en 75g (grove) kokosrasp over de pindakaasbodem. Open een blik (397g) gecondenseerde melk en giet de hele inhoud erover uit. Bak deze reep circa 30 minuten in de nog hete oven, tot de kokosnootrasp lichtbruin kleurt. Laat volledig afkoelen en snijd in blokjes.
Overigens is het 'over de vorm verdelen' van het pindakaasmengsel een onhachlijke plakklus. Maar voor de rest is dit een erg simpel recept. De gecondenseerde melk bakt tot een soort toffee-achtige zachte karamel die eenmaal afgekoeld wel zijn vorm behoudt en toch snijdbaar is (met een scherp mes). De bodem smaakt erg lekker naar pindakaas maar is niet krokant. Een machtig hapje, uiteraard, maar je hapt een soort bountysnickersnuts in één.
Een dag of wat later zie ik bij een Aziatische toko (tegenover Tivoli Vredenburg) 'sweetened condensed coconut milk'. Dát zou deze reep dus wel lactosevrij hebben gemaakt. Hè, wat jammer dat ik daar nu te laat achter kom. Ik koop meteen vast een paar blikjes voor de volgende keer. En vraag me af of je zo'n blikje gecondenseerde kokosmelk ook kan inkoken tot dulce de cocoleche?!
Al een hele tijd weet ik dat ik deze geweldig indrukwekkende taart wil maken. En zoals gebruikelijk vormt mijn verjaardagstraktatie op het werk de perfecte gelegenheid om met een werkelijk belachelijke taart aan te komen zetten (die mijn collegae doet uitroepen dat ze "geen brood mee hadden moeten nemen"):
Een pannenkoekentaart met een erboven 'zwevende' schenkstroopfles. En dat het dan een taart is zonder ook maar één pannenkoek er in. Het is namelijk geen pannenkoektaart! Hoe leuk!! Daarvoor heb ik dus in ieder geval een ballonstokje nodig. Een fles schenkstroop heb ik al leeg laten lopen. Maar anders dan de Amerikaanse Hershey's stroop zit onze schenkstroop in een doorzichtige fles. Dus je kunt zien dat de fles leeg is. Op zich zou dat nog wel kunnen omdat alle 'stroop' zogenaamd over de taart is uitgelopen, maar ik besluit de binnenkant te willen verven. Ik kom al snel bij Pipoos terecht waar ik alles vind wat ik nodig heb (ze verkopen ook fondant). Met acrylverf in de juiste schenkstroopkleur weet ik (primerloos) de fles te kleuren. Alleen stevig ijzerdraad voor in het ballonstokje hebben ze niet meer, maar daarvoor kan ik bij Pijper op de Oudegracht terecht. Bij Xenos koop ik relatief zachte (lees: erg makkelijk te bewerken) 'ready to roll' icing met chocolade smaak. In precies de juiste pannenkoek crèmekleur. Want wit zou te wit zijn:
Maar eerst dus een héle lekkere cake bakken. Ik kan natuurlijk wel een gewone (vanille)cake maken, maar daar zie ik eerlijk gezegd bepaald geen uitdaging in (en ik maak het mezelf schijnbaar graag moeilijk). Als ik nou de hoeveelheid beslag voor de pindakaascupcakes verdubbel en dan de pannenkoektaart maak van twee lagen chocoladecake met daar tussen één laag pindakaascake?! Dát lijkt me dus wel wat. En daarvoor maak ik dan deze mississippi mud cake:
Recept chocolade'mud'cake
Smelt 230g boter en 170g grofgehakte pure chocolade au-bain-marie. Vermeng 400g suiker met 2 eieren (L), 1 el(!) vanille-extract en 60ml bourbon (of 'by default': Frangelico hazelnootlikeur) in een grote kom met elkaar. Roer er 400ml sterke koffie doorheen. Meng de gesmolten chocoladeboter erdoor. Zeef dan 30g cacaopoeder, 260g bloem, 1½tl dubbelkoolzure soda en ½tl zout boven het mengsel en vermeng alles tot een homogeen beslag. Giet dit in een ingevette (spring)vorm en bak de cake 55 tot 70 minuten in een voorverwarmde oven van 180°C (of tot een erin gestoken satéprikker er schoon weer uit komt).
Het chocoladecakebeslag ziet er uit als gesmolten chocolade maar dan nóg dunner. De cake zelf wordt supersmeuïg maar zakt uit de oven wel in. Het is daarom wel wat moeilijker om de cake netjes doormidden te snijden in twee lagen. Maar wát een lekkere taart is dit!! Oké, volgende stap.
Het ballonstokje moet ik met botercrème ondersteboven in het midden van een groot bord plakken (groter dan de cake zelf natuurlijk). Oh ja. Ik moet ook nog botercrème maken. De beste botercrème die ik ken is een vrij bewerkelijke variant waarbij banketbakkersroom met boter en gesmolten chocolade wordt verrijkt maar daar heb ik nu dus even geen tijd voor. Vele medebakkers kloppen boter luchtig met poedersuiker maar dat vind ik dan weer té simpel. Ik ga een crème maken waarbij chocoladeganache (chocola gesmolten in hete room) wordt opgeklopt. Want dat schijnt te kunnen...
Ik verwarm 125ml slagroom tot dit net aan de kook is en hak intussen 200g witte chocolade fijn. De warme room over de chocolade gieten en even laten staan zodat de chocolade kan smelten. Dan door elkaar roeren tot een glanzende homogene massa en vervolgens weer af laten koelen. En dan opkloppen.
Oh mjammie! Deze witte chocolade room is verrukkelijk! Alleen het klopt niet echt (echt niet!) op. Ook niet als ik de kom in een bak koud water zet en ook niet als ik de electrische mixer op de hoogste stand zet en lang klop ("oh please, please, word alstublieft géén boter! ik wil niet opnieuw beginnen"). Maar kijk nou. Minuten nadat ik het maar heb opgegeven en gestopt ben met opkloppen, blijkt de massa dikker en dikker te worden. Zelfs dikker dan de bedoeling was, maar ik verklaar de 'crème' werkbaar en begin met stapelen van chocolade-pindakaas-chocoladecake met botercrème ertussen en er helemaal omheen.
Nu hoef ik 'alleen nog maar' (véél) strengetjes fondant te rollen, deze te pletten en (echt maar) aan één kant met verdunde kleurstof (oker met wat bruin) te kleuren om streng voor streng rondom de taart te leggen. Alsof het op elkaar gestapelde pannenkoeken zijn. Bovenop komt een ronde lap fondant die ook bruin gekleurd is. Zachte fudge karamels om het ballonstokje draperen en dikke fudgestroop (gesmolten karamels vermengd met schenkstroop) over de 'pannenkoeken' uitgieten. Daar ben ik in totaal dik drie uur mee bezig. En natuurlijk lijkt het er even weer op dat ik niet genoeg fondant ga hebben (wáárom voer ik dit soort projecten altijd de avond van te voren uit zodat ik voor mezelf altijd dezelfde 'oh nee ik heb niet genoeg' stress creëer?!)
Ik moet met de auto naar het werk. Er is geen enkele manier waarop ik deze pannenkoekenstapel met fles de trein in krijg (lees: wil nemen). Ik breng eerst mijn spullen en de (óók fantastische) cheetah cheesecake naar binnen. En vraag of ze zo de voordeur voor mij open willen doen als ik met 'taart twee' aan zal komen lopen. Mijn collegae kennen mij natuurlijk en staan al voor het raam. Maar wie verwacht er nou een taart als dít?! Nog voordat ik zit staan de vele foto's al op hun facebook pagina's. Fijn als je je eigen grenzen weet te verleggen. En de taart is (zonder de dikke laag suikerfondant; die leg ik fijn aan de kant) ook nog eens écht heel erg lekker. Chocola met pinda: helemaal niets mis mee! Hiermee kan ik wel een 'pannenkoekenrestaurant' beginnen.... (uhmmm).
Mijn derde verjaardagstraktatie is een cheesecake. Vooral omdat een goede cheesecake zo goed als onweerstaanbaar is (voor M.). En dan kan ik wel heel moeilijk gaan zitten doen met het maken van een overdetop uitziende feestcreatietaart (zoals deze), maar ik kan ook gewoon een héle lekkere (relatief simpele) taart maken. Op YouTube vind ik een interessant (nieuw) recept voor een gebakken cheesecake waarbij op geniale wijze een blikje gecondenseerde melk wordt ingezet. Feitelijk twee keer: één keer als gecondenseerde melk en één keer als dulce de leche..
Recept
Verkruimel 2 rollen Oreo koekjes (met crème en al) door de koekjes in een stevige plastic (Ziploc) zak met bijvoorbeeld een deegroller kapot te slaan. Vermeng de koekkruimels met 130g gesmolten boter. Verdeel het mengsel over een met bakpapier beklede (spring)vorm en bak de koekbodem 5 minuten voor in een oven van 175°C.
Klop 450g roomkaas (MonChou) zacht en luchtig. Mix hier gedurende 2 à 3 minuten 1 blikje (397g) gecondenseerde melk doorheen. Voeg één voor één 3 eieren toe en klop tussendoor (op hoge snelheid). Breng het roomkaasmengsel (eventueel) op smaak met 1tl vanille-extract plus de zest en het sap van 1 (biologische) citroen. Verdeel het mengsel over de koekbodem en bak de cheesecake ongeveer 35 tot 40 minuten in de hete oven.
(vervolg recept)
Klop 1 blikje (400g) dulce de leche met 300ml crème fraîche los. Schep 4 eetlepels van dit mengsel in een apart bakje en kleur dit bruin. Schep nogmaals 4 eetlepels van het mengsel in een apart bakje en kleur dit vervolgens zwart (met levensmiddelenkleurstof). Verdeel de rest over de gebakken cheesecake en strijk de bovenkant glad. Doe het bruine en zwarte mengsel elk in een apart (Ziploc) zakje, knip een klein puntje af en spuit een luipaardpatroon bovenop de taart. Bak de cheesecake nog 10 minuten. Laat in de vorm op een rooster afkoelen.
Jeetje. Kijk nou! En dat was niet eens moeilijk. Het recept is redelijk rechttoe rechtaan. En zo'n luipaardprint is veel makkelijker te maken dan je zou denken. Feitelijk is het niet meer dan zwarte hoefijzers in verschillende grootte spuiten en deze vullen met bruin. En met andere kleuren (oranje en bruin; alleen zwart) kun je net zo eenvoudig andere dierenprints maken (respectievelijk giraf of zebra). En door de dulce de leche bovenlaag scheurt de cheesecake niet open, ook al wordt 'ie niet in een warmwaterbad gebakken.
OMG!! De oreokoekjesbodem en de roomkaasvulling en de heerlijke zachte, romige dulce de leche karamellaag zijn zóó verrukkelijk dat ik de aan de springvormrand vastplakkende taartresten in een bakje schraap om morgen als toetje te kunnen eten. Deze taart is werkelijk geváárlijk lekker. En wat zie 'ie er goed uit!!
Dulce de leche!! Voor zij die het weten, zijn die woorden al genoeg. En anders zeg ik: máken! Deze cheesecake is een absolute (shows)tópper!
Omdat het mijn verjaardag is vandaag, mag ik zeggen wat we dineren. Want dat is hoe het is. Vroeger zou het spaghetti met gehaktballetjes in kerriesaus zijn geweest. En tegenwoordig (zeer zeer) waarschijnlijk sushi. Maar omdat de hele familie speciaal voor mij naar Utrecht komt, inclusief hoogzwangere schoonzus, vind ik dat ik ook iets speciaals voor hen moet doen. En dus eten we uitgebreid (groente)gourmet. Fijn lang tafelen (helemaal omdat de stoppen maar blijven doorslaan met mijn oude gourmetstel op het schijnbare kapotte verlengsnoer, maar dat werd mooi opgelost met een ander snoer). Leuk, gezellig en erg lekker. Maarrrr... geen diner bij mij thuis zonder dessert. Dûh. Ik moet dus iets maken wat zó verleidelijk is dat het toch nog gegeten zal worden na een uitgebreide gourmettage. Zoiets als red velvet brownies met cheesecake swirls. Dat klínkt alleen al verleidelijk:
Het duurt maar een klein half uurtje om dit deeg te maken. Ik vind het wel een beetje jammer dat er geen gesmolten chocola door het beslag gaat, want cacao is níet hetzelfde als cacao+chocola. Maar misschien zou het dan té zwaar worden. Net zoals in de video besluit ik ook mijn gebakken brownielap (eerst goed af laten koelen) in mooie vormen uit te steken. Maar de vissen (maart - vissen) die ik daarvoor op het oog had, zijn te gedetailleerd. En eigenlijk gaat dat uitsteken sowieso niet lukken, want a. de koek is te gewoon te hoog (dik) en b. ik ga alleen maar de overblijfsels zitten proppen. Dus ik steek zes 'postzegels', voor ieder eentje, en de rest snijd ik in kleine rechthoekjes.
Oh yeah! Deze heerlijke en smeuïge cacaocakejes met frisse roomkaas topping gaan erin als koek! Ik heb zelfs te weinig. Maar vooruitdenkend (ik ken mijn peeps wel een beetje) krijgt iedereen 'een folie' met nog zes kleine stukjes mee naar huis. En alles wat dan nog over is, stop ik in een bakje zodat M. dat morgen meeneemt naar zijn werk (waar het nog voor de lunch allemaal verdwenen was in de magen van zijn collega's).
Voor het jarige jobje kan ik niet alleen maar hartelijk met hartigheid aankomen. De man moet ook iets zoets. Want ik ken hem goed genoeg om te weten dat de dagelijkse (pure) chocolade verleiding slecht kan worden weerstaan. Maar omdat hij noch lactose noch gluten verdraagt, moet ik wel even struinen naar het juiste recept. Dat lekker is, mij geen bakken met werk oplevert en vrij probleemloos door hem verteerd kan worden. Uiteindelijk worden het deze pinda-havermout koekjes die met een beetje havermoutmeel makkelijk zat te maken zijn. Nou kost havermoutmeel (400g) €2,69 (Jumbo bv) maar ik lees op internet dat je het zelf kunt maken, feitelijk door havermout (500g €0,89) fijn te malen in een blender. Nee, ik krijg het niet zo fijn gemalen als in de fabriek maar ik bespaar wel bijna twee euro!
Recept
Maal 220g havermout zo fijn mogelijk en voeg hier 1½tl baking soda (natriumbicarbonaat) en een mespunt zout aan toe. Meng in een kom 200g pindakaas met 1tl vanille-extract, 110g honing (of ahornsiroop) en 80g appelmoes. Kneed hier de havermout doorheen en vorm deeg kleine balletjes. Druk deze op een met bakpapier beklede bakplaat plat (met een geolied glad oppervlak zoals de onderkant van een glas) en bak de koekjes ca. 10 minuten in het midden van een voorverwarmde oven op 175°C gaar. Laat afkoelen op een rooster. Smelt ondertussen 100g pure chocolade met 2tl kokosolie. Dip de afgekoelde koekjes in de chocolade en garneer eventueel met fijngehakte (zoute) pinda's.
NB gebruik geen bakpoeder want dit bevat tarwebloem en dus gluten
Mijn koekjes moeten naast gluten-ook lactosevrij zijn en dus gebruik ik Maître Mathis rijstmelk chocotablet dat (bijna echt) smaakt naar melk- chocolade maar geen melkbestanddelen bevat. Maar pure chocolade had ook gekund.
Het is handig dat dit deeg geen gluten bevat, want dan hoeft het ook niet te rusten. De grove structuur zorgt ervoor dat het deeg er een beetje uitziet als falafeldeeg. Maar zo smaakt het zeker niet. Dit zijn lekker taaie havermout pindakoekjes die het inderdaad goed blijken te doen als andersomtraktatie.
Toetje! Zoals chocoladepannenkoeken. Die maakte ik eerder al wel eens, maar toen was het meer 'uit de losse hand' pannenkoekbeslag met cacao erdoorheen. Misschien dat het met dit recept van Cupcake Jemma nóg beter lukt:
Recept
Spatel in een maatbeker 125g bloem, 25g cacao, 1el suiker, 1tl kaneel en ¼tl zout met een garde door elkaar (om alles luchtig te vermengen en klontjes te verwijderen). Klop er 1 ei (L), 250ml melk, ½tl vanille-extract en 2½tl gesmolten boter (enigszins afgekoeld) doorheen. Laat dit deeg een half uur in de koelkast rusten en bak er op middelhoog vuur pannenkoeken van.
Voor mijn gevoel is het beslag te dik. En op de één of andere manier branden de pannenkoeken snel aan (dat zal komen omdat ze te dik zijn en het vuur aanvankelijk te hoog, maar dan nog). Het beslag wordt verdund (met water), maar ik ben niet laaiend enthousiast dus, nee. En eigenlijk smaken de pannenkoeken ook niet full-on naar chocola. Best wel lekker met dulce de leche of nutella. Maar als je echt chocola wil moet je iets doen met chocola (en niet cacao).